Voor 15:00 besteld, morgen GRATIS bezorgd!

Een detectielus werkt op basis van een inductief of magnetisch veld. De lusdetector neemt een voertuig waar doordat het metaal in het voertuig het inductief of magnetisch veld van de detectielus verstoort. Die verstoring veroorzaakt een meetbare verandering in de wisselstroomeigenschappen van de detectielus.

Dankzij een elektrische spoel wekt een inductielus een inductieveld op. De uitwisseling van elektrische en inductieve energie in dit veld zorgt voor een zogenoemde resonantiekring (trillingen in de detectielus). De meetapparatuur van de detectielus (de lusdetector) reageert op een verandering in frequentie van deze resonantiekring.

Wanneer is een detectielus goed aangelegd?

Wanneer u een detectielus aanlegt, moet u ervoor zorgen dat de inductie en resonantie van de lus goed functioneren. Een goed aangelegde lusdetector maakt onderscheid tussen een frequentieverandering als gevolg van verstoring door de omgeving en tussen een frequentieverandering als gevolg van verstoring door een voertuig die over de detectielus rijdt.

proloop detectielus versterker bircher tek

Waar moet ik bij het aanleggen van een detectielus op letten?

Om een goed functionerende detectielus aan te leggen moet u onder andere letten op:

Verstorende invloeden vanuit de omgeving

In de directe omgeving van de detectielus kunnen betonbewapening, andere elektrische leidingen, metalen voorwerpen en hoogspanningsleidingen het inductieveld van de detectielus verstoren. Daarom moet de detectielus op een bepaalde minimale afstand van deze voorwerpen en leidingen worden aangelegd en moet de elektrische toevoerleiding naar de lus worden afgeschermd.
Een detectielus kan wel naast een andere detectielus worden aangelegd, wanneer beide detectielussen op een verschillende frequentie van de resonantiekring zijn ingesteld of met een verschillend aantal windingen zijn aangelegd.

Geometrie van de detectielus

Meestal wordt een detectielus in een vierkante of rechthoekige vorm geïnstalleerd. Hierbij wordt de lus in twee of meer windingen (slagen) in een groef gelegd. Hoe kleiner de omtrek van de lus, hoe meer windingen er nodig zijn. Zo heeft een detectielus met een omtrek van 25 meter maar 2 windingen nodig, en een detectielus van 4 meter 5 slagen.
Een detectielus moet minimaal 0,8 meter breed zijn. De verhouding tussen de lengte en de breedte van de lus is minimaal 1:1 en maximaal 4:1. Voor een optimale detectie is het verder belangrijk dat de breedte van de detectielus kleiner of gelijk is aan de breedste personen- of vrachtauto die de lus passeert.
Voor de detectie van tweewielers moet de lus in de vorm van een trapezium of parallellogram worden aangelegd.
Het grote voordeel van een prefab detectielus (WIRE1 of WIRE2) is dat u zelf geen windingen hoeft te maken, omdat die al vooraf zijn aangebracht.

No products found

Inductiviteit van de detectielus

Afhankelijk van uw bestrating legt u een detectielus in het asfalt of onder klinkers aan. In het eerste geval maakt u een groef in het asfalt waar u de detectielus inlegt. In het tweede geval legt u de lus 2 centimeter onder het zand, waarna u de klinkers er weer op kunt leggen.
Voordat u de lusgroef opvult met asfaltbitumen of de klinkers op het zand legt, moet u de detectielus eerst visueel inspecteren op mogelijke beschadigingen en moet u ook de inductiviteit van de lus meten. U kunt de inductiviteit van een detectielus meten met de geïntegreerde meetfunctie van de lusdetector of met een inductiemeter. De optimale inductiviteit van een detectielus ligt ergens tussen de 80 en 300 µH.

Aanleg van de toevoerkabel

De toevoerkabel van de detectielus moet als een afgeschermde kabel worden aangelegd. De kabel moet minimaal 20x per meter worden gedraaid en in die getwiste toestand op de lusdetector worden aangesloten.
De toevoerkabel moet in een afzonderlijk kanaal worden aangelegd; dus niet samen met andere kabels in hetzelfde kanaal. De lengte van de toevoerkabel van de detectielus is bij voorkeur niet langer dan 50 meter.

Uit welke stappen bestaat het aanleggen van een detectielus?

Volg bij het aanleggen van een detectielus de volgende stappen.

  1. Zaag een lusgroef in het asfalt waarvan de vormgeving en omtrek is afgestemd op de beoogde geometrie van de detectielus of verwijder de klinkers waar de detectielus onder komt te liggen.
  2. Maak op elke hoek van de lusgroef een verstek met een hoek van 45º.
  3. Reinig de groef door vuil en rommel te verwijderen en houdt de groef hierbij goed droog.
  4. Plaats de detectielus met het juiste aantal windingen in de lusgroef.
    Deze stap bestaat uit de volgende vier handelingen:
    1. u komt aan met de draad van de detectielus bij de lusgroef
    2. u gaat net zo vaak met de draad rond in de lusgroef totdat de draad met het juiste aantal windingen in de groef ligt; zorg ervoor dat de windingen strak naast elkaar in de groef liggen
    3. na de laatste winding gaat u met de draad terug naar het punt waar u met de draad de lusgroef in ging
    4. op dat punt twist (vlecht) u de uitgaande draad met de inkomende draad in elkaar.
      Deze vier handelingen zijn bij een prefab detectielus (WIRE1 of WIRE2) niet nodig. Bij een prefab detectielus is de draad al vooraf in het juiste aantal windingen gelegd en zijn de uiteinden van de draad al getwist.
  5. Controleer de inductiviteit van de detectielus met de geïntegreerde meetfunctie van de lusdetector of met een inductiemeter.
  6. Sluit de groef nauwkeurig af met asfaltbitumen of door de klinkers terug te leggen.

Voor meer informatie verwijzen wij u naar onze handleiding lus installatie.

Gerelateerde items

Stel uw vraag

Deze website maakt gebruik van cookies: meer informatie